Plaatselijke regels Het Rijk van Nijmegen

1. Buiten de baan (out of bounds) wordt gemarkeerd door witte palen en/of wit gemarkeerde omrastering. De grenslijn van buiten de baan wordt bepaald door de lijn tussen de dichtsbijzijnde binnenkanten van de palen of staanders op grondhoogte (schuinstaande schoren niet meegerekend). De palen of staanders staan zelf buiten de baan.
 
2. Een bal, die tot stilstand komt op of voorbij een openbare weg is buiten de baan, zelfs als deze tot stilstand komt op een ander deel van de baan dat binnen de baan is bij het spelen van andere holes.
Deze situaties komen voor: 
- tussen hole 2 van de Groesbeekse baan Noord en hole 2 van de Groesbeekse baan Zuid (Postweg)
- tussen hole 4 en 5 van de Groesbeekse baan Oost (3e baan) en 
- tussen hole 6 en 4 van de Groesbeekse baan Noorde (3e baan).
 
3. Tijdens het spelen van hole 8 van de Groesbeekse baan Oost, is hole 4 van de Groesbeekse baan Oost, aan de linkerkant van de hole aangegeven door paaltjes met een witte kop, buiten de baan. Deze palen worden tijdens het spelen van hole 8 beschouwd als out-of-bounds markeringen. Voor alle andere holes zijn zij vaste obstakels.
 
4. Alle niet gemarkeerde greppels worden behandeld als deel van het algemeen gebied en zijn geen hindernissen. 
 
5. Als de bal van een speler niet is gevonden of als het bekend of praktisch zeker is dat deze buiten de baan is, dan mag de speler de plaatselijke regel voor slag en afstand toepassen met twee strafslagen in plaats van de ontwijkoptie volgens Regel 18. Deze plaatselijke regel is niet van toepassing als een provisionele bal is gespeeld. De Commissie mag deze Plaatselijke Regel buiten werking stellen voor wedstrijden die door haar worden georganiseerd. Dit dient voor de wedstrijd aan alle deelnemers kenbaar te worden gemaakt. 
 
6. Vaste obstakels vlakbij de green: in aanvulling op belemmeringen zoals omschreven in Regel 16-1a, als een bal in het algemene gebied ligt, is er ook sprake van een belemmering als een vast obstakel zich op de speellijn van de speler bevindt, binnen twee clublengten van de green ligt, en binnen twee clublengten van de bal. De speler mag de belemmering ontwijken volgens Regel 16-1b. (Uitzondering – Een vast obstakel mag niet ontweken worden als de speler een speellijn kiest die duidelijk onredelijk is.)
 
7. Het gebied rechts van de fairway van hole 9 van de Groesbeekse baan Zuid, gemarkeerd door blauwe palen met een groene kop, is een verboden speelzone die moet worden behandeld als een abnormale baanomstandigheid. Bij een belemmering door deze verboden speelzone is het verplicht deze zonder straf te ontwijken volgens Regel 16.1f.
 
8. Grond in bewerking (GUR) wordt gedefi nieerd door elk gebied dat omgeven is door een witte lijn en/of blauwe paaltjes. Indien er sprake is van een belemmering, is de speler verplicht die te ontwijken volgens Regel 16.1.
 
Straf voor het overtreden van een Plaatselijke Regel: de Algemene Straf (General Penalty): verlies van de hole in Matchplay of 2 strafslagen in Strokeplay.
 
Tijdelijke Plaatselijke Regels: beschikbaar op het prikbord in het clubhuis of aangeplakt bij het Marshallhuisje.